Leuko-Encephalomyelopathie (LEMP)

Enkele jaren geleden leek het zo ineens uit de lucht komen vallen: een ziekte, die we -voor zover bekend – niet eerder in ons ras tegen kwamen. Een neurologische ziekte, waarop een niet uit te spreken naam is geplakt: leuko-encephalomyelopathie, wat zoveel betekent als een aandoening van de witte stof van het ruggenmerg. Met de witte stof wordt het gedeelte van het ruggenmerg bedoeld, dat als een soort beschermstof (=myeline) rondom de zenuwuitlopers (axons/neurieten) ligt.

Zodra op de een of andere manier de normale opbouw  en instandhouding van het myeline niet mogelijk is komen er kortsluitingen in de geleiding van zenuwprikkels. Het gevolg hiervan is dat de prikkels, die vanuit het lichaam het ruggenmerg binnen komen hun boodschap aan de hersenen niet goed kwijt kunnen. Omgekeerd worden berichten vanuit hersenen en ruggenmerg naar de verschillende lichaamsdelen niet of onvoldoende overgebracht. Begrijpelijk dat een dergelijke storing in de prikkeloverdracht verwarring brengt in het hondenlijf en dat is vooral zichtbaar in het bewegingspatroon. Het hangt van de ligging van het. “crisiscentrum” af waar de verschijnselen het eerst naar voren komen. Ligt de haard in de hersenstam en ter hoogte van de nek-c.q. borstwervels dan zal vooral de voorhand problemen gaan geven en de hond door de voorpoten zakken en zwikken. Wanneer daarna ook de achterhand gaat meedoen is het net alsof de hond , wat je noemt, “z’n evenwicht niet kan houden”. Bij het staan wordt een steuntje gezocht en bij het gaan wordt vaak over de eigen voeten gestruikeld, waardoor b.v. haren en nagels aan de bovenkant afslijten. Na verloop van tijd kan de zwakte in voor-en achterhand zo ernstig worden, dat de hond nog nauwelijks in staat is “in de benen” te komen.

Het lijkt erop dat specialisten de ernstige neurologische verschijnselen niet steeds hetzelfde hebben beoordeeld en deze daardoor verschillende benamingen kregen. Het zou dus best kunnen zijn dat er in de loop van de tijd dezelfde ziektegevallen waren, die alleen een ander “etiket”opgedrukt kregen. Met de huidige moderne technieken (b.v. MRI) en onderzoekmethoden kunnen echter min of meer dezelfde afwijkingen van elkaar onderscheiden worden en pathologisch-anatomisch een verschillend beeld geven. Zo worden in onderstaand rapport door specialisten van Universiteit Bern 2 gevallen van LEMP bij jonge Leonbergers behandeld. Samengevat komt het onderzoek erop neer dat de neurologische verschijnselen sterke klinisch-pathologische overeenkomst vertonen met de al langer bekende LEMP bij Rottweilers. Bij beide rassen blijkt dat de symptomen worden veroorzaakt door een degeneratie (afbraak) van myeline (witte beschermstof) rondom neurieten/axons (zenuwvezels). Hoewel het myeline wel wordt gevormd kan het niet in stand worden gehouden. Vermoedelijk moet de oorzaak hiervan worden gezocht bij de neurons (zenuwcellichamen) of axons (zie tekening), die de nodige wisselwerking met de myeline vormende gliacellen belemmeren. Hierin verschilt het bij Leonbergers en Rottweilers voorkomende LEMP met soortgelijke ziekten van het zenuwstelsel bij andere rassen, zoals Erfelijke Myelopathie bij o.a. Kooiker honden. Ook Polyneuropathie, dat vaak in verband wordt gebracht met LEMP,  is door de aard en de plaats van de aangetaste zenuwcellen niet met LEMP vergelijkbaar.

Nu ook weer in ons land –na het eerder bekende geval van LEMP bij een teef en een aantal nestgenoten – bij 2 jonge teven uit hetzelfde nest LEMP is vastgesteld (zie het trieste verhaal op www.djoeka.net/satoe/) zal het (fok)advies van specialisten, dat jaren geleden al is gegeven en niet serieus is genomen, niet meer in de wind geslagen mogen worden! De gelijkenis van verschijnselen, klinisch onderzoek en pathologische afwijkingen bij nestgenoten wijzen volgens de deskundigen op een genetische basis van LEMP.

Aanbevolen fokmaatregelen:

  • Om de verspreiding van deze ernstige ziekte tegen te gaan zullen de ouders, nestbroers/-zusters moeten worden uitgesloten van de fok. Als ook de halfzusters en half broers hierbij worden betrokken zou het LEMP- probleem mogelijkerwijs eerder opgelost kunnen worden.
  • Foktechnische maatregelen moeten voorkomen dat ongewenste –waarschijnlijk – recessief verervende eigenschappen (hierbij zijn zowel de vader als de moeder drager van het ziekmakende gen)  de kans krijgen zich te verdubbelen. In de praktijk betekent dit dus dat bij een geplande fokcombinatie in de stambomen van de resp. reu en teef geen verdachte dubbelgangers moeten voorkomen. . Teveel “dubbels” is trouwens nooit goed, vooral is het opletten geblazen als deze ook nog eens teruggaan op sterk ingeteelde lijnen, waardoor er na enkele generaties veel te veel nakomelingen met min of meer hetzelfde genen pakket je rondlopen.
  • Publicatie van in ons ras geregistreerde LEMP- gevallen om de achterliggende lijnen/ families te kunnen traceren.
  • Bloedonderzoek bij honden uit families/lijnen, die in verband zouden kunnen worden gebracht met de in ons ras geregistreerde gevallen om via DNA onderzoek de fout in de ingewikkelde genenstructuur te kunnen ontcijferen. Op deze manier kunnen de dragers van het zieke gen al vroeg worden opgespoord en uitgesloten worden van de fok,

Nu er steeds meer bekend wordt over LEMP en wij weten dat deze vreselijke ziekte niet “vanzelf” over gaat moeten fokkers en eigenaren begrijpen dat er dringend fokmaatregelen genomen moeten worden.

De trieste verhalen en filmpjes van eigenaren, die LEMP van nabij meemaken, kunnen de noodzaak hiervan alleen maar bevestigen!

Klik hier voor de volledige tekst van de onderzoeksresultaten bij Leonbergers met LEMP.

Advertenties